![]() |
![]() |
|
8 september 2010 |
||
|
Nieuw bij Energeia
Deze week in de VrijhandelsOptiek (uitgave 17 augustus) lees verder... |
CommentaarRobert Boeren:
De gemeente is de beste investeerder in groene energie!(?)
In mijn directe omgeving hoor ik voorbeelden waar ik niet vrolijk van wordt. Een gemeente wil 100% klimaatneutraal zijn en stelt daar het royale budget van 120 uren van een ambtenaar en EUR 12.000 voor extern advies voor beschikbaar om grote ambities te realiseren. Een andere gemeente wil windmolens neerzetten tussen de snelweg en een industrieterrein -op zich een goed idee- en wordt terug gefloten door het rijk in verband met 'milieuvervuiling'. Een ondernemer in kleine windmolens wil samen met de wethouder een aantal molens op daken van hoge flatgebouwen neerzetten en loopt vast op de molens van de vierde colonne.
Desondanks is het aantal plannen voor gemeentelijke 'groene' energiebedrijven niet meer te tellen. Laat ik dat eens tegen het licht houden: wanneer is het gepast als overheid om je in de geliberaliseerde energiemarkt te begeven? In het algemeen zou een overheid alleen actief in een markt mogen opereren wanneer het niet rendabel is maar wel zeer wenselijk, of wanneer de ontwikkelingen in de tijd naar voren kunnen worden gehaald door de markt een quick start te geven. Mooi voorbeeld is de Duitse politiek rondom zonnecellensubsidies.
De gemeentelijke groene energiebedrijven zouden daarom heel scherp moeten definiëren wat hun activiteiten zouden moeten zijn om te voorkomen dat ze normale marktontwikkelingen negatief verstoren. Dan moet je dus ook goed kijken waarom en waarin 'de markt' niet investeert.
De frustratie van investeerders in lokale en regionale groene investeringen is steeds weer de weerstand die zij ondervinden bij het verkrijgen van toestemming. Het is bijna normaal geworden dat een project jarenlange procedures, vergunningen en bezwaren moet doorlopen om dan met een kleine slaagkans alsnog uitgevoerd te worden. Deze lange-adem-projecten worden daarmee veel duurder dan noodzakelijk en het risico/rendement ligt dan ook vaak te laag. De praktijk is dat alleen die hards met passie zich nog begeven in deze markt.
De groene gemeentelijke hefboom
Daarmee kan de gemeente een investeringshefboom in werking zetten die zij zelf niet kan opbrengen. Dus geef als gemeente geen geld uit aan de projecten zelf, maar geef geld uit aan het randvoorwaarden scheppen en tempo opvoeren, of garantieregelingen op die groene investeringen. Het onderbrengen van deze taak in een apart ontwikkelingbedrijf is praktisch: snelle en gerichte aandacht zonder de hinder van de bestuurlijke risicomijdende en verantwoordingscultuur.
Dit is precies een van discussies die ik heb bij een directeur van zo'n gemeentelijk energiebedrijf: gaan we zelf investeren in kleine windmolens op een industrieterrein (horizonvervuiling minder relevant) of wijzen we gebieden aan waar dat kan en helpen we de investeerders (bedrijven op het terrein en de fabrikanten van windmolens) snel door de ambtelijke molen heen? Wij zijn voorstander van het laatste, nu nog de ambtelijke weerstand overwinnen.
Ik pleit daarom voor het scherp afbakenen van de gemeentelijk groene energiebedrijven tot het creëren van randvoorwaarden en het regie voeren zodat investeerders en ondernemers werkelijk de groene ambities kunnen verwezenlijken. Dus niet zelf geld uitgeven aan projecten, maar risico's van derden beheersbaar maken.
Stimuleer de organisaties waar de kennis aanwezig is en probeer niet met 120 ambtelijke uren torenhoge ambities na te jagen. Het rendement van de gemeentelijke investering wordt door deze groene hefboom veel groter dan de gemeente op eigen houtje kan realiseren. Alle rechten voorbehouden, © 2009 Energeia. De columnisten besteden uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in hun publicaties. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. Meningen of opinies geuit door de columnist hoeven niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met meningen of opinies van Energeia of haar individuele redactieleden. |
09:35
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |