Logo Energeia Energienieuws
Email
Wachtwoord
Meer weten?
 
4 september 2010

Commentaar

Jos Cozijnsen:
Niet alle binnenlandse
CO2-reducties tellen
evenveel mee



over de moeizame relatie van Nederland met de CO2-markt



Regelmatig word ik benaderd door ondernemers met een innovatief idee om energie of CO2 te besparen: ”Kan ik effe vange” is dan de vanzelfsprekende vraag, met een verwijzing naar de op de beursgenoteerde CO2-prijs.

Zo eenvoudig ligt het niet. Nederland heeft een moeizame relatie met de verdere ontwikkeling van de emissiemarkt. Let wel, het gaat hier om reducties in ondernemersprojecten die zonder investering of maatregel niet gerealiseerd worden en waar geen verplichting voor is en waar geen (SDE-)subsidie tegenover staat.

Het heeft er de schijn van dat de Nederlandse regering, die er steeds voor pleit zo veel mogelijk kleinere bedrijven buiten emissiehandel te houden, het liefst een emissiehandelssysteem heeft voor een beperkte groep van grote bedrijven. Het MKB wil wel toegang tot de CO2-markt. Er wordt te weinig gebruik gemaakt van de kracht van de emissiemarkt en het potentieel van kleinere bedrijven en innovatie. En in 2020 moet er ook 16% gereduceerd worden ten opzichte van 2005 in niet-emissiehandelssectoren: hoe gaat we dat doen zonder verplichtingen of subsidie?

Vier voorbeelden
Laten we vier cases ingedachten nemen van CO2-projecten die de CO2-markt op zouden moeten:

1) Stel een bedrijf wil voor een nieuw kantorenpark zelf duurzame energie op gaan wekken voor stroom, warmte en koeling met volledige mestvergisters bijvoorbeeld (gesloten energiesysteem en methaanreductie);

2) Stel een stichting kinderdagverblijven of regiotaxibedrijf wil overstappen op elektrische voertuigen op hernieuwbare energie; dat betekent de aanschaf en exploitatie van nieuwe, dure auto’s;

3) Stel een groep boeren wil zoveel mogelijk CO2 opnemen en vasthouden in de akkers, door niet met voertuigen te ploegen, het hele jaar de bodem met groen bedekt te houden en CO2 of biochar (houtskool-residue van pyrolise) te injecteren in de bodem en heggen rond de akkers te planten;

4) Stel een groep fabrieken maakt met restwarmte een warmwater-netwerk voor een woonwijk of sporthal/zwembadcomplex.

In Frankrijk kan het wel
Als de ondernemers van deze vier cases in Frankrijk zouden wonen, konden ze voor de bewezen vermeden CO2-emissies CO2-certificaten genereren voor de verplichte CO2-markt. Het is er toegestaan en er wordt vanaf 2008 ervaring mee opgedaan. Rhodia, de koper van Onecarbon en zes biogasprojecten van Econcern zal voor reductie van HFK en PFK's bij de gassenfabriek in Salindres JI-certificaten ontvangen. Er moet aangetoond worden dat in een ‘business as usual’ situatie, dus zonder de investeringen in de projecten, de emissie hoger zou zijn geweest.

Dat gaat via het zogenaamde Joint Implementation (JI) mechanisme uit het Kioto-protocol. Hiermee kunnen landen voor projecten die additioneel zijn (dus zonder verplichting of zonder subsidie voor de extra kosten) CO2-certificaten uitgeven aan buitenlandse investeerders, die samenwerken met binnenlandse ondernemers. Het land is daarmee emissierechten deels kwijt aan het buitenland, maar heeft deze ook niet nodig, want het heeft dan heeft ook evenzoveel minder emissies en minder energiegebruik en –kosten. Europese regeringen en Europese bedrijven kunnen deze certificaten gebruiken om hun CO2-verplichtingen na te komen. De prijs ligt tussen de EUR 15 nu en EUR 30 na 2012; de prijs ligt vaak net even onder de prijs van de Europese emissierechten. Ook Finland en Duitsland laten JI-projecten toe.

Wat de eisen betreft: de rekenmethodes en controle op JI-projecten is geregeld vanuit het Kioto-protocol. Additionaliteit betekent dat je bijvoorbeeld de subsidie voor vermeden CO2 (SDE) en bijvoorbeeld de BPM-regeling aftrekt. Monitoring en verificatie kosten natuurlijk al gauw EUR 20.000. Dus het moet wel om een aanzienlijk project of pool van projecten gaan

In Nederland mag het niet
Nederland heeft als enige EU-land JI-projecten in eigen land in de wet onmogelijk gemaakt. Argumenten waren destijds: het naar het buitenland geven van certificaten helpt de NL doelstelling niet; twijfel aan potentieel aan additionele projecten; extra werk voor de overheid om additionaliteit te toetsen. De PVDA had destijds een amendement ingediend om JI wel in de Nederlandse wet toe te staan. De partij zou er positief tegenover staan het alsnog voor te stellen.

De redenen en support stapelen zich op: het niet toestaan houdt innovatie van Nederlandse ondernemers tegen; het onthoudt hen van inkomsten; het betekent minder energiegebruik en -kosten in Nederland; het bevordert de inzet van duurzame energie in Nederland; het koppelt steeds meer sectoren aan de CO2-markt. Vanaf 2013 wordt het mogelijk direct emissierechten aan nationale projecten te geven: dus voor ‘domestic offsets’; JI is dan overbodig. Dat moet dan wel gaan om projecten die in heel de EU kunnen worden gedaan.

Duitsers en Britten gaan in Nederland de vrijwillige CO2-markt op
De vier projecten kunnen ook certificaten krijgen voor de vrijwillige markt. Dat levert EUR 6 tot EUR 25 per ton op, afhankelijk van schaal van het project, beschikbare informatie, locatie, techniek etcetera. In 2008 heeft een vijftal varkensboeren van praktijkcentrum Sterksel in Brabant voor de methaanreducties door zijn mestvergisters voor 2006 en 2007 zo’n 30.000 ton aan CO2-credits (VERs) verdiend en onder andere aan een Britse bank verkocht voor EUR 5-6 per ton.

De reducties kregen ze voor de vermeden methaan-uitstoot vanwege mest. De SDE telt namelijk alleen vermeden CO2-emissies mee. Het project werd geanalyseerd door het Duitse Ara Carbon volgens de Kioto-methode voor mestvergisters. De certificaten werden afgegeven door de geaccrediteerde verificateur TÜV. Deze certificaten kunnen wel voor vrijwillige compensatie maar niet voor afdekken van verplichtingen gebruikt worden. De vrijwillige markt zou een unieke financieringsmogelijkheid bieden voor gemeenten en provincies die klimaatneutraal willen worden. En waarom zou Eindhoven Airport en Greenlease voor de CO2-compensatie alleen terecht kunnen bij projecten aan de andere kant van de wereld?

Maak sponsoring van Nederlands klimaatbeleid mogelijk
Er is echter een stroming die zegt dat Nederland de totale nationale emissies elk jaar berekent en rapporteert (totaal energiegebruik bijvoorbeeld). Daarmee vallen alle vrijwillige CO2-projecten dus onder de nationale boekhouding en gebruikt Nederland de reducties voor haar eigen verplichting. De CO2-reducties zouden dan niet verkocht kunnen worden op de vrijwillige markt. Deze redenering is onjuist en haalt verplichte en vrijwillige markt door elkaar. Als er geen SDE-vergoeding is gegeven en geen verplichting is, mogen de CO2-reducties wel aan de vrijwillige markt worden aangeboden. Dat wordt ook toegestaan door de Voluntary Carbon Standard (VCS). Want zonder CO2-credits zou het project niet bestaan. Je kunt deze manier van financiering zien als ‘sponsoring’ van Nederlands klimaatbeleid. De vrijwillige CO2-marktvraag is in Nederland nu zo’n 1,5 miljoen ton groot.

In de meeste gevallen kent de overheid de projecten evenwel niet en rekent de reducties in het geheel niet mee. Dat komt omdat de emissieboekhouding geen projecten meet maar van nationale gegevens uitgaat. Het zou goed zijn als de overheid in de toekomst meer van project- of bedrijf-berekening uitgaat, net als bij de verplichte CO2-emissiehandel-bedrijven. Want dat worden meer emissiereducties zichtbaar en verkrijgen ze een verplichte en dus hogere CO2-marktwaarde voor de betreffende ondernemers.

Alle rechten voorbehouden, © 2009 Energeia. De columnisten besteden uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in hun publicaties. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. Meningen of opinies geuit door de columnist hoeven niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met meningen of opinies van Energeia of haar individuele redactieleden.

Ouder Nieuwer
01:41
Energeia VrijhandelsOptiek IIR - Energie Recht en Regelgeving 2010 Energie 2010 Lees Energeia op uw mobiele telefoon @Energeia_Nieuws Groenkalender.com IIR - Small Scale LNG Vanaf juli in de boekhandel! EMART Energy 2010European Energy Infrastructure 2010