![]() |
![]() |
|
4 september 2010 |
||
|
Nieuw bij Energeia
Deze week in de VrijhandelsOptiek (uitgave 17 augustus) lees verder... |
CommentaarJos Cozijnsen:
Niet alle binnenlandse CO2-reducties tellen evenveel mee
Zo eenvoudig ligt het niet. Nederland heeft een moeizame relatie met de verdere ontwikkeling van de emissiemarkt. Let wel, het gaat hier om reducties in ondernemersprojecten die zonder investering of maatregel niet gerealiseerd worden en waar geen verplichting voor is en waar geen (SDE-)subsidie tegenover staat.
Het heeft er de schijn van dat de Nederlandse regering, die er steeds voor pleit zo veel mogelijk kleinere bedrijven buiten emissiehandel te houden, het liefst een emissiehandelssysteem heeft voor een beperkte groep van grote bedrijven. Het MKB wil wel toegang tot de CO2-markt. Er wordt te weinig gebruik gemaakt van de kracht van de emissiemarkt en het potentieel van kleinere bedrijven en innovatie. En in 2020 moet er ook 16% gereduceerd worden ten opzichte van 2005 in niet-emissiehandelssectoren: hoe gaat we dat doen zonder verplichtingen of subsidie?
Vier voorbeelden
1) Stel een bedrijf wil voor een nieuw kantorenpark zelf duurzame energie op gaan wekken voor stroom, warmte en koeling met volledige mestvergisters bijvoorbeeld (gesloten energiesysteem en methaanreductie);
2) Stel een stichting kinderdagverblijven of regiotaxibedrijf wil overstappen op elektrische voertuigen op hernieuwbare energie; dat betekent de aanschaf en exploitatie van nieuwe, dure auto’s;
3) Stel een groep boeren wil zoveel mogelijk CO2 opnemen en vasthouden in de akkers, door niet met voertuigen te ploegen, het hele jaar de bodem met groen bedekt te houden en CO2 of biochar (houtskool-residue van pyrolise) te injecteren in de bodem en heggen rond de akkers te planten;
4) Stel een groep fabrieken maakt met restwarmte een warmwater-netwerk voor een woonwijk of sporthal/zwembadcomplex.
In Frankrijk kan het wel
Dat gaat via het zogenaamde Joint Implementation (JI) mechanisme uit het Kioto-protocol. Hiermee kunnen landen voor projecten die additioneel zijn (dus zonder verplichting of zonder subsidie voor de extra kosten) CO2-certificaten uitgeven aan buitenlandse investeerders, die samenwerken met binnenlandse ondernemers. Het land is daarmee emissierechten deels kwijt aan het buitenland, maar heeft deze ook niet nodig, want het heeft dan heeft ook evenzoveel minder emissies en minder energiegebruik en –kosten. Europese regeringen en Europese bedrijven kunnen deze certificaten gebruiken om hun CO2-verplichtingen na te komen. De prijs ligt tussen de EUR 15 nu en EUR 30 na 2012; de prijs ligt vaak net even onder de prijs van de Europese emissierechten. Ook Finland en Duitsland laten JI-projecten toe.
Wat de eisen betreft: de rekenmethodes en controle op JI-projecten is geregeld vanuit het Kioto-protocol. Additionaliteit betekent dat je bijvoorbeeld de subsidie voor vermeden CO2 (SDE) en bijvoorbeeld de BPM-regeling aftrekt. Monitoring en verificatie kosten natuurlijk al gauw EUR 20.000. Dus het moet wel om een aanzienlijk project of pool van projecten gaan
In Nederland mag het niet
De redenen en support stapelen zich op: het niet toestaan houdt innovatie van Nederlandse ondernemers tegen; het onthoudt hen van inkomsten; het betekent minder energiegebruik en -kosten in Nederland; het bevordert de inzet van duurzame energie in Nederland; het koppelt steeds meer sectoren aan de CO2-markt. Vanaf 2013 wordt het mogelijk direct emissierechten aan nationale projecten te geven: dus voor ‘domestic offsets’; JI is dan overbodig. Dat moet dan wel gaan om projecten die in heel de EU kunnen worden gedaan.
Duitsers en Britten gaan in Nederland de vrijwillige CO2-markt op
De reducties kregen ze voor de vermeden methaan-uitstoot vanwege mest. De SDE telt namelijk alleen vermeden CO2-emissies mee. Het project werd geanalyseerd door het Duitse Ara Carbon volgens de Kioto-methode voor mestvergisters. De certificaten werden afgegeven door de geaccrediteerde verificateur TÜV. Deze certificaten kunnen wel voor vrijwillige compensatie maar niet voor afdekken van verplichtingen gebruikt worden. De vrijwillige markt zou een unieke financieringsmogelijkheid bieden voor gemeenten en provincies die klimaatneutraal willen worden. En waarom zou Eindhoven Airport en Greenlease voor de CO2-compensatie alleen terecht kunnen bij projecten aan de andere kant van de wereld?
Maak sponsoring van Nederlands klimaatbeleid mogelijk
In de meeste gevallen kent de overheid de projecten evenwel niet en rekent de reducties in het geheel niet mee. Dat komt omdat de emissieboekhouding geen projecten meet maar van nationale gegevens uitgaat. Het zou goed zijn als de overheid in de toekomst meer van project- of bedrijf-berekening uitgaat, net als bij de verplichte CO2-emissiehandel-bedrijven. Want dat worden meer emissiereducties zichtbaar en verkrijgen ze een verplichte en dus hogere CO2-marktwaarde voor de betreffende ondernemers. Alle rechten voorbehouden, © 2009 Energeia. De columnisten besteden uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens in hun publicaties. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. Meningen of opinies geuit door de columnist hoeven niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met meningen of opinies van Energeia of haar individuele redactieleden. |
01:41
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |